Afgelopen week was ik in Barcelona voor het 3GSM World Congress, waar de mobiele operatoren en technologiebedrijven van over de hele wereld hun meesterschap kwamen tonen.
In het internationale treffen dat 3GSM is, moest ik denken aan ‘The world is flat’ van Thomas L. Friedman. Het viel me op hoe heel wat topposities van grote technologiespelers tegenwoordig ingenomen zijn door Indiërs. De Indische managers staan erg hoog aangeschreven als daadkrachtige, competente en gedreven managers en ook wel een beetje workaholics. Het lijstje met Indische topmanagers in technologiebedrijven is indrukwekkend. Maar ook daarbuiten zijn ze alomtegenwoordig.
Denk bij ons bijvoorbeeld aan Ajit Shetty van Janssen Pharmaceutica, in 2004 nog verkozen tot Manager van het Jaar 2004. Of op wereldniveau aan frisdrankengigant PepsiCo die sinds vorig jaar wordt gerund door Indra Krishnamurthy Nooyi.
En in de technologiesector aan mensen als Arun Sarin, CEO van Vodafone; Prabhakar Raghavan, het hoofd van Yahoo’s Research afdeling; Anand Chandrasekher, Senior Vice President en Sriram Viswanathan, Vice President, allebei bij Intel; Santanagopalan Surya, Senior VP bij Infineon; Sanjay K. Jha, COO en President van Qualcomm’s CDMA Technologies Group, Nikesh Arora de VP European Operations bij Google. En ik vergeet er nog een hele hoop en niet alleen omdat hun namen soms moeilijk te onthouden, maar ook moeilijk uit te spreken zijn.
Het zijn stuk voor stuk globetrotter-managers die weten hoe de technologiewereld in elkaar zit en een sterke strategische visie hebben over de producten en diensten waarmee ze bezig zijn.
De redenen voor hun succes zijn uiteenlopend: er is de openheid en globale blik van de Indiase economie, ze spreken allemaal Engels, ze hebben een sterke technologische traditie en ze denken internationaal. Niet alleen de Indische bedrijven zijn dus bezig aan een wereldwijd economisch avontuur (denk bijvoorbeeld aan Mittal), ook hun managers zijn dat.
In het tijdschrift Time stond onlangs te lezen dat de high-tech sector in de VS een ongewoon hoge concentratie Indiërs in haar rangen heeft. Zowat 13 % van alle private, met durfkapitaal geruggensteunde start-ups in de VS zijn opgericht door Indische immigranten.
Prabhakar Raghavan, het hoofd van Yahoo’s Research afdeling, gaf in het artikel een verklaring: ‘Indiërs worden niet alleen gezien als technologische tovenaars, ze worden ook gezien als mensen die dingen gedaan krijgen’, zei hij vrij vertaald…
Je vindt dat verhaal hier: http://www.time.com/time/nation/article/0,8599,1561214,00.html

Als de marsmannetjes u zouden vragen om een representatief staal van al de aardbewoners op te sturen, en er aan zouden toevoegen dat in hun vliegende schotel maar plaats was voor zes aardbewoners, dan zou u alvast één chinees en één indier naar de vliegende schotel mogen sturen.
De rest van de wereldbevolking, de hele bevolking van alle continenten zou dan vertegenwoordigt moeten worden door de vier mensen uit de rest van de wereld!
Het is dus zeker niet uitgesloten dat we -als we alleen maar naar de statistieken en niet naar de huidskleur en de naamkaartjes zouden kijken- we ons eerder zouden moet afvragen waarom er zo weinig Indiers hoge posities bekleden in het buitenland.
Ik denk dat we de vraag beter zouden opentrekken en ons afvragen waardoor het komt dat immigranten zo vaak succesvol zijn in landen die niet hun geboorteland zijn.
Als de gemiddelde Griek zijn vermogen met dezelfde factor had vermeerderd als die waarmee de uitgeweken Griek Aristoteles Onassis het zijne had vermeerderd, dan zou zelfs de Griekse kustlijn niet lang genoeg meer zijn om al die zeiljachten te kunnen laten aanmeren.
Als ik moet kiezen tussen het incasseren van het bedrag dat op de bankrekening van Arnold Schwarzenegger staat, en het bedrag dat op de bankrekening van de gemiddelde Oostenrijker staat, dan kan ik die keuze maken nog voordat ik weet hoeveel die gemiddelde Oostenrijker op zijn bankrekening heeft staan.
Een deel van de verklaring voor dat grotere, en in sommige gevallen heel opvallende succes van immigranten is volgens mij dat die immigranten, doordat ze allerlei indicrecte en directe signalen krijgen dat ze er eigenlijk niet bij horen, vaker bereid zijn om een hoge prijs te betalen om erkend te worden als 'een lid van de club'.
Napoleon zou eens naar een diplomaat geschreeuwd hebben dat zijn (addellijke) tegenstanders het zich konden veroorloven om de ene veldslag na de andere te verliezen, maar dat hij (in hun ogen waarschijnlijk niet meer dan een half-Italiaanse parvenu, die vergeten was waar hij thuishoorde) het zich niet kon veroorloven om ook maar één veldslag te verliezen.
Voor de meeste edelen die tegen Napoleon hebben gevochten volstond het inderdaad om lang genoeg te blijven leven om uiteindelijk toch nog in een of ander kasteel van de welverdiende rust te kunnen genieten.
Niemand betwist dat Napoleon waarschijnlijk de meest begaafde officier van zijn tijd was.
Maar hij moest zich wel tevreden stellen met zijn plaats in de geschiedenis, en een afgelegen, tropisch eiland, met een onaangenaam klimaat en een even onaangenaam gezelschap.
We zullen nooit weten of hij dezelfde risico's had genomen en zichzelf en zijn infanteristen even meedogenloos had afgebeuld, als hij de zekerheid had gehad dat hij na een nederlaag op dezelfde wijze zou behandeld worden als bv. een hertog of een koning.
Maar in 'De laatste duik' laat de Indische schrijver wel doorschemeren dat de risico's die hij in zijn latere leven heeft genomen wel eens een gevolg zouden kunnen zijn van de opmerking van een Duits familielid dat hij nooit een echte Duitser zou zijn.
Vermits dat Duitse familielid ooit nog een Stuka-piloot was geweest verwees die waarschijnlijk niet alleen naar problemen die konden worden opgelost door het bezitten van de juiste identiteitskaart. En vermits hij het zich als volwassen man nog kon herinneren, is het zeker niet uitgesloten dat de kleine jongen toen al heeft aangevoeld dat hij in de ogen van sommigen nooit een echte Duitser zou worden.
Volgens de auteur zou dat nog onbewust hebben meegespeeld in zijn beslissing, veel later, om toch maar naar een wrak te duiken, ook al was hij nog niet helemaal hersteld van een ziekte. Ook al lag dat wrak zo diep dat het zelfs in ideale omstandigheden een levensgevaarlijke duik bleef.
Omdat hij had ervaren dat het er in de gemeenschap van de amateurduikers niet toe deed dat hij een Indier was.
Los daarvan denk ik ook dat zij veel minder tijd besteden aan consumptie als wij, en dat dit een van de meest onderschatte voordelen is die zij hebben.
De leerlingen die in een middelbare school in de VS in het wilde weg mensen begonnen neer te schieten bleken in staat te zijn om hun vuurwapens te richtten terwijl ze verder bleven stappen.
FBI-agenten moeten een speciale training volgen om dit te kunnen doen, maar dankzij hun 'training' tijdens de uren van computerspelletjes spelen bleken die 'gewone' leerlingen van een middelbare school dat even goed te kunnen als FBI-agenten.
De uren die besteedt worden aan bepaalde computerspelletjes kunnen dus heel nuttig zijn ... als je die mensen later moet opleiden om bv. zonder uitnodiging op bezoek te gaan bij mensen die fans zijn van Osama Bin Laden.
Maar wanneer het gaat om andere economische activiteiten, en dat is geluk nog altijd het overgrote deel van de activiteiten, zijn de uren die wij daaraan besteden puur tijdverlies.
Geldverlies is het niet, want zelfs de strengste puritein kan nu niet meer ontkennen dat consumptie een noodzakelijk onderdeel is van een goed draaiende economie.
Maar het is wel iets waarmee wij veel tijd verliezen die op een andere, nuttigere manier zou kunnen besteedt worden.
Maar dat zal dan wel de remmende voorsprong van de rijkere landen zijn, zeker?
Eddy Rentmeesters
Geplaatst door: Rentmeesters Eddy | 6/04/07 om 16:45
Als een marsmannetje zou vragen om hem een representatief staaltje van de hele wereldbevolking te sturen, en er zou aan toevoegen dat in zijn vliegende schotel maar plaats is voor zes personen, dan zouden we al direct kunnen beginnen met iemand uit India en iemand uit China naar zijn schotel te sturen.
De rest van de wereldbevolking, verspreid over al de continenten, zou dan moeten vertegenwoordigd worden door de vier overige personen.
Waarschijnlijk kan een groot deel van het fenomeen alleen al daardoor verklaard worden.
In dat geval mogen we aannemen dat, naarmate er meer en meer hindernissen voor de Indische bevolking gaan weggenomen worden (betere infrastructuur in het land zelf, hogere inkomens, waardoor de ouders haast vanzelf meer gaan investeren in de opleiding van hun kinderen) er nog meer Indische managers en wetenschappers op de voorgrond gaan treden.
Naast de pure macht van het getal hebben ze een ander voordeel, en dat is een cultuur die over het algemeen heel afkerig staat tegenover alcohol.
Wij weten ook wel dat alcohol eigenlijk thuishoort op het lijstje van de drugs waaraan we ook lichamelijk verslaafd kunnen geraken, maar we leven in een cultuur die zegt dat dat alleen maar theorie is en dat af en toe een beetje dronken zijn een aangenaam en onschuldig tijdverdrijf is.
Sommige mensen, die daardoor als mislukkelingen en marginalen eindigen, hadden misschien veel meer kunnen bereiken, als ze opgegroeid waren in de Indische cultuur.
Geplaatst door: Eddy Rentmeesters | 12/04/07 om 16:34
Zou dat alles niet gedeeltelijke het gevolg kunnen zijn van een te grote stroom van geld vanuit het buitenland, een stroom van geld die op dit moment misschien zo groot is dat de Indische economie gewoonweg niet meer in staat is om dat alles te verwerken zonder zijn evenwicht te verliezen?
Niet alleen de export van kapitaal, maar ook de emigratie vanuit India zou daardoor gedeeltelijk kunnen worden verklaard.
Wie denkt dat buitenlandse opdrachten en het neerstrijken van buitenlandse bedrijven alleen maar voordelen kunnen hebben voor een stad in een ontwikkelingsland, raad ik aan eens naar www.businessweek.com/magazine/content/04_44/b3906080.htm te surfen.
Akkoord, als buitenlandse bedrijven helemaal niets hadden geoutsourced naar Bangalore dan was men daar nu waarschijnlijk aan het klagen over een gebrek aan geld en inkomen.
Maar door de snelheid waarmee de inkomsten daar zijn gestegen, zijn de beperkingen van de stad zijn transportinfrastructuur, zijn stroomnet en zijn watervoorziening elk op zich een probleem geworden.
Niet vermeldt in het artikel, maar waarschijnlijk wel het geval is dat ook het referentiekader van een groot deel van de bevolking is veranderd. Als men zich een westerse taal en westerse technologie heeft eigen gemaakt, zoals een westerling de hele dag voor zijn computer zit te werken (en tussendoor misschien die computer gebruikt om beelden te zien van hoe mensen in het westen leven), mag men dan van die mensen nog verwachtten dat ze, wanneer het gaat over transport, wegen, elektriciteit, enzovoort, alles aanvaardbaar blijven vinden wat volgens de Indische normen ook aanvaardbaar is?
Of zouden wij, als wij in dezelfde situatie zouden zitten, dan ook niet eens op het internet gaan kijken hoe je aan zo'n Green Card, waarmee je naar de VS kan vertrekken, kan geraken?
Door de omvang van het land zal de gebrekkige infrastructuur waarschijnlijk nog een hele tijd een bottleneck blijven, en mogelijk zitten we op dit moment in India in een situatie waarin de snelheid van de economische groei dit gebrek alleen maar pijnlijker maakt voor het meest ondernemende deel van de bevolking.
Zolang het duurt hebben de ontwikkelde landen hier een competitief voordeel op de arbeidsmarkt voor de meest ambitieuze (men gaat niet van India naar Camebridge -of van China naar Leuven, alleen maar om later een huis te kunnen afbetalen en pensioensrechten te kunnen opbouwen) en meest begaafde (hoeveel procent van de Vlaamse studenten zou ingaan op een aanbod om vanaf het eerste bachelor te gaan studeren in Camebridge, of... Beijng, zelfs met de garantie dat alle lessen in het Engels zullen gegeven worden?) arbeidskrachten, waar China en India voor het moment nog maar weinig tegenover kunnen stellen.
Geplaatst door: Eddy Rentmeesters | 28/06/07 om 14:59