Zoals elk jaar profiteer ik van de jaarwisseling om de batterijen op te laden in de Zwitserse bergen. En ook wel een beetje om na te denken over wat het komende jaar ons gaat brengen. Een mooie aanzet daartoe kreeg ik tijdens de reizen naar Japan en China die ik, sinds de laatste post op mijn blog, ondernam.
De eerste belangrijke evolutie die ik voor het pas begonnen jaar zie is een eerder technologische: de doorbraak van mobiele e-mail. Ik denk daarbij vooral aan de particuliere gebruiker. In de bedrijfswereld is mobiele e-mail al langer bekend en ik verwacht dat we dit jaar ook de consument volop draadloos zullen zien beginnen mailen. Mobiele e-mail wordt één van die diensten waarvan de gebruikers zich op termijn zullen afvragen hoe ze ooit hebben kunnen leven zonder, net zoals pakweg de gsm zelf dus.
De tweede belangrijke trend die ik voor dit jaar zie is er één op bedrijfseconomisch vlak: de toenemende globalisatie en dus toenemende concurrentie waaraan ook de Vlaamse bedrijven zich mogen verwachten.
Tijdens een reis naar Japan en China, net voor de jaarwisseling, kreeg ik nog maar eens een staaltje te zien van de uitdagingen waar we voor staan. En die hebben voor een keer niets te maken met de economie van de Aziaten op zich maar wel met een veranderende mentaliteit bij de Aziatische ondernemers die de Vlaamse ondernemers best voor ogen kunnen houden…
In China bezocht ik twee giganten uit het zelfde marktsegment waarin Option zich bevindt.
Een van hen bestaat nog geen 12 jaar en stelt ondertussen 50.000 mensen tewerk waarvan zomaar even de helft in r&d. Bovendien moet 70 % van de nieuwkomers, die momenteel voor het bedrijf worden aangetrokken, PhD zijn. En nog een cijfer: niet minder dan 10 % van de omzet van het bedrijf wordt opnieuw in r&d gepompt…
Als ik dat hoor denk ik opnieuw aan de woorden “you ain’t seen nothing yet” waarmee ik in mijn boek de opkomst van de Aziatische economieën omschrijf.
Zeker als ook de Aziaten nu volop beginnen te schermen met innovatie. Toen ik het er met mijn Chinese gesprekspartners over had, zeiden ze dat men ook in China begrepen heeft dat innovatie het verschil maakt.
Ik vroeg hen hoe bedrijven op termijn sowieso nog kunnen het verschil maken met hun concurrenten als iedereen mikt op innovatie als concurrerend voordeel.
Mijn Chinese contactpersoon reageerde ondermeer met te zeggen dat ook zij daarbij klantgericht werken maar het meest opmerkelijke deel van haar antwoord was wel dit (vrij vertaald): “we beginnen ons te realiseren dat, als iedereen innoveert, wij ook moeten innoveren met nieuwe business modellen’.
Innovatie wordt dus belangrijker dan ooit. Maar dat is op zich niet voldoende nu ook de Aziaten de innovatiekaart trekken, tot zelfs op het niveau van hun business model, distributiestrategie, marketingaanpak en zo meer.
Wat er dan nodig is? Snelheid.
En dat is meteen wat ik de Vlaamse ondernemers toewens; dat ze in 2007 nog sneller dan vroeger kunnen innoveren, liefst een aantal maanden voor de anderen… Want alleen dan zult u nog het verschil kunnen maken.
Bedrijven die niet snel innoveren zullen het niet overleven. Laat het ons dus doen. En tegelijkertijd beseffen dat niet alle innovaties, die op de markt worden gebracht, ook meteen zullen slagen. Maar dat betekent niet dat we het niet moeten doen.
Een innovatief 2007,
Jan

Beste Jan,
Mijn beste wensen voor een allerbest, gezond en compleet 2007 !
De TGV rit Brussel-Avignon naar onze stek in de Provence (APT)is dit eindejaar voorbijgeflitst tijdens de lezing van je boek - in sneltreinvaart - gedreven boeiende lectuur - waarvoor dank.
De middenste paragraaf op pagina 46 heb ik toch niet begrepen. Hoe kan je stellen dat de focus op innovatie ( van het product ) moet liggen en tegelijkertijd stellen dat enkel hoge volumes ( toch bepaald door marketing ) de eenheidsprijzen binnen proporties kan houden ? Ik heb misschien de pointe gemist ?
In elk geval sluit ik me volkomen aan bij de inhoud van je nieuwjaarswens, dat snelheid ( time to market ) de voorsprong bepaalt en het behouden van die voorsprong de opdracht blijft.
Ik kan me ook aansluiten bij je 70%-regel, hoewel toch 2 bedenkingen hierbij. Enerzijds zal dit percentage toch wel het minimum moeten zijn dat van toepassing kan gesteld worden voor de dagdagelijkse beslissingen, doch zal dit percentage allicht moeten stijgen naar 90 % en meer, hoe meer strategisch ( of lange termijn ) de impact van de beslissing is. Anderzijds dient de 70% (of meer) ook behaald te worden op elk belangrijk aspect van de beslissing ( om het simpelweg bij de 4 marketing p's van Kotler te houden ) - bij een vermenigvuldiging is immers 1 te lage score voldoende om het eindresultaat te kelderen .
En zo komen we inderdaad uit bij de paradox die essentieel is voor elke ondernemer-manager, namelijk de grondigheid en volledigheid van het Aziatisch consensus- en overleg-model combineren met de snelheid van het westers ondernemersmodel.
Een dagelijkse opdracht die ons in beweging houdt !
Het ga je goed Jan en Option ( FFWD ) !
Luc
Geplaatst door: Luc Hens | 2/01/07 om 19:59
Zou het niet de moeite waard zijn ons af te vragen hoe een wereld er uit zou zien waarin de geldwaarde van technologische voorsprong altijd maar verder afneemt?
Want alle kosten en risico's die met het innovatieproces gepaart gaan kunnen alleen maar verantwoord worden door de oligopolie-, of, nog beter, de monopoliewinsten die achteraf gemaakt kunnen worden.
Toegenomen concurrentie betekent niet alleen meer risico tijdens het innovatieproces (als je met twee in een sprint zit is er meer kans dat je als eerste over de meet komt dan wanneer je met twintig man aan het sprinten bent), maar ook het korter worden van de periode van je van je oligopoliewinsten kan genieten (de mooie hostess rukt je de overwinningsbeker uit de handen, omdat die nog moet dienen voor de volgende winnaar, die zopas ergens anders over de eindstreep is gekomen).
Hoe zou de wereld er kunnen uitzien, als dit zich alsmaar meer zou voortdoen in de wereld van de technologiebedrijven (en de veranderingen in India en China maken het waarschijnlijk dat de concurrentie vanuit die landen alleen maar zal toenemen, en onvermijdelijk ook een deel van 'onze' markt zal veroveren)?
De grote technologiebedrijven zullen het voorbeeld volgen van de olie-, de farma- en de bewapeningsindustie, toen die merkten dat hun inkomsten begonnen af te nemen.
Fusies en overnames zullen mekaar opvolgen totdat er alleen nog maar enkele giganten overblijven.
Die giganten zullen zorgen voor de grote stappen in de technologische vooruitgang, maar door de afname van de geldwaarde van technologische voorsprong is het perfect mogelijk dat de gemiddelde rendabiliteit lager zal uitkomen dan die van een bedrijf dat zich bv. bezighoudt met het vehuren van bejaardentehuizen.
Rond die giganten zullen ringen van kleine technologiebedrijven cirkelen, waarvan de levensverwachting zal afnemen naarmate de geldwaarde van technologische voorsprong zal afnemen.
Want hoe meer beslissingen er in zo'n bedrijf moeten genomen worden (en door de toegenomen mondiale concurrentie zullen er alsmaar meer beslissingen moeten worden genomen), hoe groter de kans is dat er een aantal verkeerde beslissingen worden genomen. Hoe groter de kans dat er een aantal verkeerde beslissingen worden genomen, hoe groter de kans dat er een verkeerde beslissing wordt genomen waarvan de gevolgen ook op lange termijn onherstelbaar zijn, of zelfs een beslissing waarvan de gevolgen fataal zijn. Een partijtje schaak zou moeten volstaan om duidelijk te maken dat deze visie op het menselijke beslissingsproces niet alleen fatalistisch, maar -spijtig genoeg- ook realistisch is.
Als we even veronderstellen dat we de zekerheid hebben dat dit een beeld is van wat in de toekomst werkelijkheid zal worden (en de sociale wetenschappen bewijzen dat we die zekerheid niet hebben, en dat we iedereen die beweert die zekerheid wel te hebben maar beter als een charletan kunnen behandelen), wat moeten we dan doen?
Moeten we ons dan niet afvragen of het budget voor onderzoek en ontwikkeling van bv. Option niet beter zou gebruikt worden om er aandelen Gazprom mee te kopen, om op die manier toch nog voor voldoende monopoliewinsten voor de aandeelhouders te zorgen (Gazprom heeft een wettelijk monopolie op het uitvoeren van aardgas uit Rusland)?
Ik denk het niet. Niet alleen omdat, ook al heeft het dan een markpositie waarvoor zelfs Bill Gates het met rede zou kunnen benijden, Gazprom een bedrijf is dat -om het zacht uit te drukken- er geen belang bij heeft dat er een andere politieke partij aan de macht komt in Rusland. Maar ook omdat het antwoord dat Jan Callewaert, ook al is ook die weg niet zonder risico's, geeft op deze uitdaging waarschijnlijk het juiste is.
Het nieuwe in de eenentwintigste eeuw zal niet zijn dat bedrijven moeten innoveren (dat moesten ze ook al doen in de negentiende eeuw), maar wel het verhoogde tempo waartegen ze moeten innoveren.
Door de afnemende geldwaarde van technologische voorsprong zal er in de toekomst niet alleen aandacht moeten worden geschonken aan de afzonderlijke stappen die worden gezet om de technologische voorsprong te verwerven of te behouden, maar zal er ook alsmaar meer aandacht moeten gaan naar het proces van innoveren zelf, naar de opeenvolging van de fases in het innovatieproces in een onderneming, en hoe dat niet alleen sneller, maar ook economischer kan verlopen (beiden omwille van het belang van de afnemende geldwaarde van technologische voorsprong).
Samengevat : volgens mij hebben de Vlaamse technologiebedrijven vooral behoefte aan managers die kunnen innoveren zoals Werner Fassbinder films kon draaien (en die dat tegen zo'n tempo dat sommigen zeiden dat hij films draaide zoals iemand anders sigaretten rolde).
En toch zijn sommigen van die Fassbinder-films nu nog de moeite waard om ze te bekijken.
Met vriendelijke groeten,
Eddy
Geplaatst door: Rentmeesters Eddy | 12/01/07 om 16:41