Ik vroeg Frans Crols, directeur van het weekblad Trends, om een commentaar te geven op één of andere passage uit het boek. Hij pikte in op 'innovatie in Azië' en 'dat we in Vlaanderen te zacht geworden zijn'.
Hieronder de integrale tekst van Frans Crols:
' In het Casino van Blankenberge luisterde ik voor kort naar de jonge Vlaamse pianovirtuozen Mirek Coutigny en Philippe Ivanov. Mirek is 14 en Philippe 18. Philippe is de broer van Dimitri Ivanov, tweede prijs van de Koningin Elisabethwedstrijd 2005. Zij speelden op een Steinway, geleverd door Chris Maene. Een gesprek van voor een tijd met Chris Maene spookte toen in mijn kop en in het boek van Jan Callewaert vind ik daar echo's van terug. Chris Maene is pianobouwer en cultuurminnaar met een eigen festival in zijn prachtige atelierwoning in Ruiselede. De grote pianosterren van de nabije toekomst wonen in China, zei Maene, en hij koppelde daaraan bedenkingen over de verschuiving van de pianoproductie van West-Europa naar China.
Wie wil uitmunten aan de piano staat voor een zwaar leven en begint best vroeg. Jongelui als Coutigny en Ivanov oefenen als galeislaven aan de toetsen. Dag in en dag uit, uren na uren. Enkel volledige toewijding, passie, een ontzettende zin voor concentratie, een stimulerende omgeving brengen pril talent tot wasdom.
De mening van Chris Maene, en ik volg hem, is dat de westerse jeugd zoveel vermaak, afleiding, versnippering en verwarring vindt op haar dagelijkse weg dat zij de zin verliest om de opoffering te doen van veel plezier en prikkels om pianovedette te worden. Er is een oorzakelijk verband: wie honger heeft of onderdrukt wordt, Russische joden bijvoorbeeld, is zeer gemotiveerd om met muziek zijn achterstelling te bevechten.
China is in de ban van de piano, organiseert aan de lopende band festivals, produceert de eerste internationale brede generatie van wonderkinderen van het klavier. Veel heeft te maken met de wil om op die wijze geld te verdienen, de familie eer te bewijzen en de wereld te overtuigen van de Chinese superioriteit. Wat wij niet meer doen, tien uur per dag oefenen op de laatste noot voor een sublieme Chopinvertolking, is ginder de mode.
Is dat verschijnsel van excelleren in China beperkt tot de piano? Jan Callewaert ziet in Azië terecht een nieuwe bron van creativiteit. Het is geen toeval, en laten wij dat dan toegepaste kunsten en ambachtelijkheid noemen, dat steeds meer westerse artiesten hun kunstwerken in China laten maken. De Chinese vakmensen halen een hoge kwaliteit en de prijzen zijn laag. Een containertje kunst is ginder gevuld aan een fractie van de prijs van een bestelling bij, bijvoorbeeld, Vlaamse metaalbouwers. '
Reacties